Stukje geschiedenis van de GKV te Monster
De oudst betrouwbare oorkonde, waarin de kerk van Monster voorkomt, is van 14 mei 1238. De parochie van Monster is één van de oudste in het kustgebied. Over de naam ‘Monster’ zijn veel theorieën verkondigd. Het meest waarschijnlijk is dat de naam komt van Monasterium, het Latijnse woord voor klooster. Deze naam werd vaak gegeven aan een stuk grond dat eigendom was van een klooster. Waar dit klooster gestaan heeft, is onbekend. Het kan niet het oude Sint Jozefklooster in de Havenstraat geweest zijn. Dit dateert uit 1844.

Kerken in een paardenstal
In het midden van de 19e eeuw waren er ook in Monster verontruste kerkleden die het verval in de N.H. Kerk zagen. Zij bezochten de samenkomsten van de afgescheidenen in Den Haag. Elke zondag gingen zij daar lopend heen. Later voegden zij zich bij de (Christelijk) Gereformeerde Kerk van 's-Gravenzande die daar in 1867 was gesticht. Maar het aantal gemeenteleden afkomstig uit Monster nam toe en in 1874 was dit aantal opgelopen tot ca. 200. De classis Delft verleende toestemming tot het stichten van een eigen gemeente en op 10 april 1874 was het zo ver. In het begin kerkte men in een paardenstal aan de Rijnweg, maar al spoedig besloot men een eigen kerk te bouwen. Een stuk bouwland aan de Herenstraat (nu Geerbronhof) werd door een gemeentelid beschikbaar gesteld. Maar de aanvraag om te bouwen werd door B en W van Monster afgewezen op grond van een bestaande wet die voorschreef dat de afstand van het terrein tot de N.H. Kerk ten minste tweehonderd meter moest zijn. De zaak diende voor de Raad van State, die het beroep van de N.H. Kerk uiteindelijk heeft afgewezen. Bij de kerk werd ook een pastorie gebouwd die in 1875 betrokken werd door de eerste predikant ds. A. Brouwer. Zijn traktement bedroeg fl. 900,- per jaar inclusief vrij wonen en vrijstelling van alle belastingen.

Zingen in de kerk
Sindsdien nam de Gereformeerde Kerk in Monster in ledental toe, zodat in het begin van de 20e eeuw het kerkgebouw moest worden vergroot. Het kerkelijke leven bloeide en het verenigingsleven ontwikkelde zich positief. In het begin van de jaren dertig was men toe aan een nieuw kerkgebouw. Het aantal zitplaatsen was ontoereikend, het orgel in de kerk liet het vaak afweten en het gebouw verkeerde in een slechte staat. In die jaren moest de organist J.A. van der Marel vele malen vanaf de orgelbank met zijn hoofd ‘nee’ schudden, waarna de voorzanger C.J. Kuyvenhoven de gemeentezang inzette. Besloten werd tot de bouw van een nieuw kerkgebouw. In 1936 kon het nieuwe kerkgebouw aan de (huidige) Burg. Kampschoerstraat in gebruik worden genomen.
Zo ging Monster de oorlogsjaren in. De gevechten in de eerste oorlogsdagen veroorzaakten veel schade in de tuinderijen. Verder bracht de bezettingstijd genoeg problemen met zich mee: o.a. de distributie van allerlei levensmiddelen. Voor bijvoorbeeld het Avondmaal moesten broodkaarten worden aangevraagd. Dat de organist, J. van Leeuwen, in zijn enthousiasme op 29 juni 1941 (de verjaardag van Prins Bernhard) het Wilhelmus speelde, werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. Jaren later zou hij echter o.a. hiervoor een lintje ontvangen.

Vrijmaking
Maar ernstiger dan de moeilijkheden en zorgen die de bezettingstijd met zich meebracht, zijn de interne problemen in de Gereformeerde Kerk in deze periode. De leergeschillen in de kerken en de uiteindelijke schorsing van prof. K. Schilder, hoogleraar te Kampen, hielden de gemoederen bezig. Ook in Monster ontstonden hierdoor twee kampen. Het conflict spitste zich toe, toen MV ‘Calvijn’ aan de kerkenraad vroeg, een zaal te mogen gebruiken voor een bijeenkomst. Tijdens die bijeenkomst zou drs. R.H. Bremmer spreken over de leeruitspraken van de Synode en de kerkrechtelijke geschillen. Dit verzoek werd geweigerd. Daarop belegde de vereniging de vergadering in ‘Odeon’ en deelde dit in het kerkblad ‘Mededeelingen’ mee. Ondertussen was er in Monster een ‘Comité van Actie der Bezwaarden’ gevormd dat via brochures schriftuurlijke voorlichting wilde geven aan de gemeente. De kerkenraad echter wenste rust in de gemeente en vermaande het comité. Men werd opgeroepen de actie te staken. Zo niet, dan zou de broeders de toegang tot het Avondmaal worden ontzegd. Het antwoord was duidelijk: 71 leden van de gemeente tekenden de ‘Acte van Vrijmaking of Wederkeer’. Vervolgens werd op zaterdag 21 oktober 1944 de kerk opnieuw geïnstitueerd en werden nieuwe ambtsdragers verkozen. Slechts een klein gedeelte van de gemeente ging mee. Uiteindelijk hebben 78 belijdende leden en 27 doopleden zich vrijgemaakt van de synodebesluiten.

Van bioscoop naar kerk
Na de vrijmaking probeerde de kerkelijke gemeente te Monster weer de draad op te pakken en keek zij uit naar een nieuw gebouw. Voor het zover was, kwam de gemeente eerst enkele weken samen in een schoolgebouw; vervolgens tot begin 1958 in het bioscoopgebouw ‘Odeon’. Ten slotte is van 1958 tot 1978 in het hervormde verenigingsgebouw ‘De Haven’ gekerkt. De gemeente groeide en de mogelijkheid een eigen predikant te beroepen kwam binnen bereik. In februari 1946 was het zover en deed ds. E. Teunis zijn intrede. Omdat er nog geen pastorie beschikbaar was, heeft hij eerst bij een gemeentelid ingewoond. Na aankoop van een huis aan het Hartmanplein, kon ds. Teunis hier intrekken. Doordat de gemeente nog niet beschikte over een eigen kerkgebouw, miste men ook een consistorie. Besloten werd de kelder van de pastorie hiervoor in te richten. Jarenlang heeft de kerkenraad hier vergaderd en is hier catechisatie gegeven. Volgens de overleveringen stond tijdens de kerkenraadsvergaderingen de kelder blauw van de rook!In 1968 nam ds. Teunis afscheid van de gemeente Monster wegens zijn vertrek naar Pernis. Na een vacante periode van een jaar nam ds. D. Zemel een beroep naar Monster aan. Hij heeft de gemeente vijf jaar mogen dienen. In 1974 ging ds. Zemel met emeritaat. Inmiddels was de gemeente gegroeid tot ca. 300 leden en de behoefte aan een eigen kerkgebouw was groot. Vol enthousiasme gingen de gemeenteleden aan het werk. Na 17 augustus 1977, toen het gemeentebestuur het licht op groen zette voor de bouw, ging alles in een stroomversnelling. Er werden acties georganiseerd, zowel dichtbij huis als in het land: o.a. met oliebollen bakken en gordijnen naaien. Op 1 oktober 1977 kon de eerste paal worden geslagen en op 10 december werd de eerste steen gelegd. Tijdens de bouw ging er ook wel eens wat mis. Zo moest de aannemer tweemaal de dakspanten plaatsen omdat de eerste serie niet helemaal paste. Op 7 juni 1978 is dit kerkgebouw met de naam ‘Maranatha kerk’ feestelijk in gebruik genomen.
Er is nog veel te vertelen over de jaren daarna. In vogelvlucht: de kerk van Monster groeide uit tot een streekgemeente. Op 17 juni 1979 mocht ds. H.J.C.C.J. Wilschut in Monster zijn intrede als predikant doen. Het was zijn eerste gemeente. In januari 1984 nam ds. Wilschut afscheid i.v.m. zijn vertrek naar Spakenburg. Hierna moest de gemeente weer vier jaar wachten op een eigen predikant. Ds. K. Harmannij nam het beroep naar Monster aan. Op 7 juni 1987 deed hij intrede in de gemeente. Na ruim 5½ is ds. K. Harmannij op 8 januari 1993 weer vertrokken naar Den Ham (Ov.). Na bijna twee jaar van vacant zijn, kreeg de gemeente op 18 september 1994 weer een eigen predikant: ds. R. Heida.

Artikel geschreven door W. Meijboom